200 woorden #65

vier beslagen paardenbenen laten hun hoeven kletsen op kasseien op het ritme van de klompen van Karel die tussen paard en kar beent de teugels losjes in de hand een vochtige sigaret in zijn rechtermondhoek
paard en kar houden halt voor de stoep van een herberg torst de kolenboer een kleine veertig kilo steenkool op zijn schouder richting een keldergat het zwarte goud stuitert in een zwarte stofwolk de diepte in de kolenboer sjouwt een tweede zak richting het kolenhok op de koer van Herberg ’t Maekelaersheester waar de makelaar van huis is dansen de muizen op tafel tot de klus is geklaard en de zwart bestoven man naar de deur met uitgesneden hartje stapt want het is hoog water
boven het gat in de houten plank leegt hij de inhoud van zijn darmen om zijn billen proper te maken trekt hij een strook oude gazet van het ijzeren haakje en een tweede stuk doopt hij in de ijzeren kan met pompwater om zijn lippen zichtbaar te maken met het oog op een fris getapte pint en de lippen van de cafébazin
zijn vierpotige vriend lacht zijn tanden bloot in een zak haver op de stoep elk zijn pleziertje
(Geïnspireerd door Rozalie Hirs)
Bron foto: Facebook
Op 18 maart ging Marieke de Maré in het Gezellehuis aan de slag met oude foto’s en postkaarten met de bedoeling onze fantasie te prikkelen en ons te laten schrijven vanuit een intuïtief gevoel. Omdat ik die dag verhinderd was maakte ik die oefening thuis.
Vandaag herwerkte ik de tekst tot een verhaal van 200 woorden.
Viviane Van Pottelberghe
1/4/2026
