200 woorden #67
Mijn shift zit er op na een bloedhete werkdag. Een ijsje heb ik dubbel en dik verdiend.
Ik neem plaats op mijn favoriete barkruk aan de toog van Aïda en bestel een café glacé. Dat is niet zomaar een ijsje. In deze tearoom leerde ik het op veertienjarige leeftijd kennen tijdens mijn vakantiejob. De lekkernij wordt opgediend in een zilveren coupe met een zweem van ijskoude nevel op zijn huid. Buitenkant en binnenkant zijn een streling voor het oog, de inhoud voor de smaakpapillen. Het water komt me nu nog in de mond bij de herinnering aan de tijd van toen, meer dan zestig jaar geleden.
Met een duwtje glijdt de lange lepel in de mengeling van vers gedraaide roomijs en sterke koffie en vindt dan de weg naar mijn gretige tong, waar ik met gesloten ogen de delicatesse degusteer. De rilling door mijn jonge lijf doet de haartjes op mijn armen rijzen. Pure extase. Lepel voor lepel verorber ik het paradepaardje van dit theesalon, weliswaar iets duurder dan de klassieke ijscoupes, maar de moeite waard om er de ontvangen fooien zonder schuldgevoelens aan te besteden. Werken van 1 juli tot 31 augustus was hard labeur voor een jonge jobstudente.
Ik neem deel aan de vijfdaagse schrijfchallenge van Artemis van 13 tot 17 juli 2026: elke ochtend vijftien minuten in stilte schrijven, samen met andere volgers van de FB groep van Artemis.
De opdracht van dag 2: Beschrijf (in 15 minuten) wat je vroeger at of dronk en maak het groter. Gebruik je zintuigen. Schrijf herinneringen op.
De versie die ik om 9 uur met de hand schreef deelde ik nog voor de middag in de besloten FB groep van Artemis.
’s Avonds herwerkte ik die versie tot een verhaal van 200 woorden.
Viviane Van Pottelberghe
14 juli 2026
