Write-along #10 – De koffer, deel 1 tot 6
Op 14 juli 2026 ging de tiende write-along van start met als titel: De koffer. Het is een project van Prompt! Schrijfinspiratie. Klik hier voor het adres.
Een write-along betekent: tegelijkertijd met andere deelnemers werken aan eenzelfde project, waar je 12 dagen lang, elke dag een kleine schrijfopdracht per mail ontvangt. Aan het eind van die periode heb je een kort verhaal geschreven! Een write-along is er voor iedereen die van schrijven houdt: taalprofessionals en amateurs. Er zijn geen toelatingseisen dan avontuurlijk zijn en perfectionisme kunnen loslaten. De uitwerking kan in de speciale Discordserver worden gedeeld. Ik deed dat ook.
Om mezelf te blijven motiveren deel ik de eerste zes bijdragen op deze blog en na afloop het volledig verhaal.
Voel je vrij om een reactie te plaatsen onderaan dit bericht.
DE KOFFER VAN PAPEGAEY
Dag 1
Voor de poort van mijn garagebox staat ie in de zon te blinken … een goudkleurige reiskoffer. Wie liet die hier achter? Is een van de garage-eigenaars vergeten om de bagage in de auto te laden voor zijn of haar vertrek op reis? Wanneer? Zopas? Vannacht? Gisteren?
Aan de koffer bengelt een label waarop een naam in mooi handschrift werd geschreven: Papegaey. Een weinig gangbare naam in onze contreien en zeker bij de buren. Enkel op het kerkhof in de buurt kan je met veel geluk – bij gunstige lichtinval – de naam Papegaey lezen, meer bepaald op het graf van de grootmoeder van mijn echtgenote. Zij was afkomstig van Poperinge.
Ik besluit om de reiskoffer mee te nemen naar huis. Ook al heeft ie wieltjes, toch ben ik er niet op gebrand om hem bij de hand te nemen en 150 meter over straat te laten reizen. Ik steek hem in de koffer van de auto, parkeer voor ons huis en laad hem dan in een mum van tijd uit.
Dag 2
Ik heb geen behoefte aan pottenkijkers. Eens de koffer in huis, sluit ik de voordeur en probeer ik het slot te openen. Op goed geluk kies ik de cijfers 1, 2, 3, 4. Eureka!
Ik ben ontzettend nieuwsgierig. Ik zie een pakket en kijk vol ongeloof naar de inhoud. Schuurpapier verdraaid, en dan nog wel voor de ‘complete klus’. De set bevat 10 verschillende schuurvellen in verschillende korrelgrootte: 4 x 80, 3 x 120 en 3 x 240.
Ik begrijp er niets van. Aan de achterkant van het pakket werd een enveloppe gekleefd met als geadresseerde: ‘De persoon die deze koffer heeft gevonden.’
Deze boodschap zorgt ervoor dat ik zonder enig schuldgevoel de enveloppe openrits. Op een briefje – in het handschrift van het kofferlabel – lees ik ‘Gelieve de reiskoffer en het pakket schuurpapier dringend te bezorgen aan de heer Vincke.’ Die persoon is voor mij een nobele onbekende en dat geldt ook voor het adres dat erbij werd vermeld.
Wijzer ben ik niet geworden, integendeel. Al weet ik nu dat het niet over een vergetelheid gaat, vragen zijn er bij de vleet. Waarom heeft de ‘afzender’ de reiskist niet zelf naar Vincke gebracht? Kennen zij elkaar? Wat is het doel en het belang van dat schuurpapier? Dat is toch overal beschikbaar? Heeft het een symbolische waarde of betekenis? Al pijnig ik mijn hersenen, antwoorden kan ik niet bedenken.
Dag 3
Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn terughoudendheid. Zonder nadenken en tegen mijn gewoonte in, besluit ik om met het openbaar vervoer, koffer en schuurpapier mee te nemen naar het opgegeven adres. Om geen tijd te verliezen reserveer ik online een treinticket. Op weg naar het station negeer ik de vragende blikken van busreizigers. Op het perron van spoor 12 lukt me dat echter niet langer. Een treinreiziger spreekt mij aan omdat hij die koffer meende te herkennen. We nemen plaats in het coupé met een beperkt aantal plaatsen om ons gesprek verder te zetten. Zo kom ik te weten wie schuil gaat onder de naam van het kofferlabel en verneem ik een en ander over de achtergrond van die bewuste Papegaey.
Dag 4
In het station van Oostende neem ik afscheid van mijn metgezel die me heel veel succes wenst. Aan de hand van Google Maps bereik ik zonder problemen het adres waar ik – gelukkig – Vincke aantref.
Met argusogen kijkt hij beurtelings naar de reiskoffer en naar mij. In enkele woorden probeer ik hem mijn rol in dit verhaal uit te leggen. Hij knikt en steekt dan zelf van wal.
‘Ik zat in zak en as.’
‘Hoezo’, vraag ik.
‘Enige tijd geleden kreeg mijn vrouw de zak.’
‘Oei.’
‘We zaten toen in een lastig parket.’
‘Dat kan ik mij voorstellen.’
‘Ze was in de aap gelogeerd.’
‘Hoezo?’
‘Omdat ze als poetshulp in het zwart had gewerkt bij een kunstenaar kon ze naar haar werkloosheidsuitkering fluiten toen hij de pijp aan Maarten gaf.’
‘Tja.’
‘We zaten op zwart zaad.’
‘Echt?’
‘En zagen zwarte sneeuw.’
‘Lastige tijden dus.’
‘Als doekje voor het bloeden kreeg ze van de erfgenamen een ansichtkaart!’
‘En was ze daarmee opgezet?
‘Helemaal niet. Ze vond het maar niks. Ik zei haar dat je een gegeven paard niet in de bek moet kijken.’
Omdat ik mijn ongeduld voelde opborrelen, opperde ik voorzichtig: ‘wat is het verband met het schuurpapier in de reiskoffer?’
‘Aha, u wil de koe bij de horens vatten?’
‘Wel, het zit zo.’
‘Papegaey – ook kunstenaar – had weet van die ansichtkaart.’
‘Er was volgens hem schuurpapier nodig om dat kunstwerk af te werken, schuurpapier waarover hij beschikte.’
‘Ah, daarom wilde Papegaey het aan u bezorgen.’
‘Het kalf is echter reeds verdronken.’
‘Die ansichtkaart kwam ondertussen bij Mussche terecht.’
Dag 5
‘Ik wil de koffer en het schuurpapier wel aan Mussche bezorgen,’ opper ik.
‘Waar woont hij?’’
‘Ergens in the middle of nowhere.’
‘Kijk, dit is het adres.’
‘Hemeltje lief, hoe geraak ik daar zonder transport?’
‘In mijn garage vind je wel iets van je gading, de fiets van mijn moeder zaliger bijvoorbeeld.’
‘De fiets van je moeder?’
‘Ja, als is het een driewieler, het heeft een boodschappenmand waarin je de reiskoffer kwijt kunt.’
‘Rijden op een driewieler deed ik nog nooit, dus ik denk dat ik het wel kan.
Met Pippi Langkous in mijn hoofd, Google Maps in mijn borstzak, het schuurpapier in de reiskoffer en de koffer in de boodschappenmand, vertrek ik.
‘Mussche, here I come!’
‘Fietsen bij zomerse temperaturen, dat wordt een fluitje van een cent,’ flitst het door mijn hoofd.
Hemeltje lief, ik begin zowaar Vincke te imiteren.
Had ik op een fietsostrade, of op z’n minst op een breed fietspad gerekend, dan kom ik nu van een kale reis thuis. (Daar is Vincke weer!)
Het kost me veel moeite om overeind te blijven en de koffer in de mand te houden op de kleine doorsteekjes, kerkwegels, hobbelige bospaden en landbouwwegen, jaagpaden met verkeer in beide richtingen, en oude spoorwegbeddingen waar ook ruiters gebruik van maken. Het zijn allemaal wegen die gebruikt worden voor en door traag verkeer maar beslist niet voor en door driewielers.
Uiteindelijk bereik ik mijn bestemming.
‘Te elfder ure.’
Dag 6
Mussche schrikt als hij de deur opent en mij, maar vooral de gouden koffer opmerkt. Die emotie is klein bier vergeleken bij zijn ontzetting als ik de reiskoffer open en het schuurpapier tevoorschijn komt.
Hij weet immers dat het schuurpapier en de ansichtkaart bij elkaar horen, ook al heeft hij Papegaey nog nooit ontmoet.
Hij vertrouwt mij toe dat Papegaey een buitenechtelijk kind is van Meijerinck, de overleden kunstenaar waar de vrouw van Vincke als poetshulp werkte. De ansichtkaart die zij van de erfgenamen heeft gekregen was van de hand van de overleden kunstenaar. De ansichtkaart is echter nooit als kunstwerk afgewerkt omdat Meijerinck niet over het geschikte schuurpapier beschikte. Hij had Papegaey ingeschakeld om er op het internet naar op zoek te gaan. Papegaey vroeg als tegenprestatie dat Meijerinck hem als wettige erfgenaam zou erkennen. Het onverwacht overlijden stak daar een stokje voor.
Viviane Van Pottelberghe
20 juli 2026

Heel tof en grappig jouw stijl; heel vivig en puntig. Het geeft me een opkikker.
Dank voor jouw reactie Gen.
Ook ik las je promptverhaal graag en moet toegeven dat ik de opdrachten van de write along wat mis.
Ik kan je dan alleen maar aanraden om je op de volgende in te schrijven Ann. Ondertussen staat de geredigeerde versie van het volledig verhaal ook reeds online.