Write-along #8 – Onder de radar deel 7 tot 12

Op dinsdag 15 juli 2025 ging de achtste write-along van start met als titel: Onder de radar.

Een write-along betekent: tegelijkertijd met andere deelnemers werken aan eenzelfde project, waar je 12 dagen lang, elke dag een kleine schrijfopdracht per mail ontvangt. Aan het eind van die periode heb je een kort verhaal geschreven! Een write-along is er voor iedereen die van schrijven houdt: taalprofessionals en amateurs. Er zijn geen toelatingseisen dan avontuurlijk zijn en perfectionisme kunnen loslaten. De uitwerking kan op de Facebookpagina of in de speciale Discordserver worden gedeeld. Ik ging voor het laatste.

Om mezelf te blijven motiveren deel ik vorige week de eerste zes bijdragen op deze blog, vandaag de laatste zes.
Voel je vrij om een reactie te plaatsen onderaan dit bericht.


ONDER DE RADAR

7.
Valkuil

staat op

punt. Vandaag kan

ik op stap gaan. 

Ontspanning wacht, dat dacht ik.
Spanning stijgt als zijn foto opduikt

op ‘t gras in ‘t park in mijn buurt.
Ik hou mijn hart vast. ‘t Alarm slaat aan.

8.

Aan de rand van dat stadspark zie ik haar op een bank zitten … Irène.
Het lijkt wel of ze de wacht houdt bij de foto van de ‘bekende van de fietsenstalling’.
Ik wil er vlug vanonder muizen maar het is te laat. Ook zij heeft mij gezien.
Ze wuift uitbundig terwijl ze met snelle tred in mijn richting komt. Ik kan geen kant meer op.
‘Ik ben gehaast’, flap ik eruit.
‘Geen probleem, ik loop wel met je mee. Herkende je hem?’
‘Wie?’
‘Doe niet flauw, ik zag je schrikken.’ 
‘Wie kent hem niet, zijn foto stond in de krant.’
‘Ben je bang van hem?’
‘Bang, ik? Waarom?’
Driftig stappend vraag ik me af wat zij weet, suggereert of insinueert. Misschien is zij wel een van zijn trawanten. En hoe komt het dat zij mij in deze outfit heeft herkend?
Ik zoek naar een zakdoek en snuit mijn neus om me een houding te geven en tijd te winnen.
‘Waarom ben je zo zenuwachtig? Zo ken ik jou niet. Wat is er aan de hand? Kan ik je helpen?
Het klinkt oprecht, maar kan ik haar wel vertrouwen?

9.

Ze blijft aandringen en komt opnieuw met een vraag. ‘Heb jij iets met zijn actie te maken?’ 
‘Welke actie bedoel je?’
‘Zijn actie tegen milieuvervuilers.’
‘Ik ben geen milieuvervuiler.’
‘Dat weet ik, maar waarom schrok je zo?’
Ik overweeg om mijn vermoeden met haar te delen, want ze is duidelijk niet van plan om mij met rust te laten vooraleer haar nieuwsgierigheid bevredigd is.
‘Ik denk dat hij mijn straatpoëzie in het bos als milieuvervuiling beschouwt.’
‘Is zijn actie dan tegen jou gericht?’
‘Dat weet ik niet met zekerheid.’
‘Waar ben je dan bang voor?’
‘Dat hij mij volgt in Ryckevelde.’
‘Wanneer?’
Niettegenstaande ik haar nog niet voor honderd procent vertrouw, laat ik mij – zonder het achterste van mijn tong te laten zien – ‘zondag!’ ontvallen.
‘Volgende zondag?’
‘Ja.’
‘Dat komt goed uit.’
‘Hoezo?’
‘Zondag staat er in het kader van een inburgeringstraject voor nieuwkomers een wandeling gepland in het kader van hun integratie in de Vlaamse samenleving.’
‘Prachtig, maar wat heb ik daar mee te maken?’
‘Als projectverantwoordelijke kan ik die wandeling in Ryckevelde laten starten, gecombineerd met taalondersteuning.’
‘Taalondersteuning?’
‘Ja, en hiervoor kan ik een beroep doen op een vrijwilliger, jij bijvoorbeeld!’
Dat is te mooi om waar te zijn, flitst het door mijn hoofd. Is dit puur toeval of werd dit bedacht om mij erin te luizen?’

10.
Ik neem een besluit want er is geen tijd meer te verliezen.
‘Irène, ik wil open kaart met jou spelen, maar dan verwacht ik van jou hetzelfde.’ 
‘Leg je kaarten maar op tafel’ antwoordt zij.
‘Waarom kom jij met dit voorstel voor de dag?’
‘Ik wil jou helpen’ is haar reactie.
‘Wil jij mij echt helpen of ben jij een trawant van die groene jongen. Doet hij op jou een beroep om mij zondag in de val te lokken?’ 
Ze kijkt mij stomverbaasd aan. ‘Ik een trawant, een milieu-activist?’
‘Ja, waarom niet?’
‘Ik kan dit beter aan jou vragen. Ben jij geen groene jongen dan?’
Het is nu mijn beurt om grote ogen op te zetten. ‘Ik, waarom denk je dat?’
‘Jij bent toch een natuurminnaar? Jij organiseert regelmatig ‘met bewuste aandacht bomen ontmoeten’ in Ryckevelde, toch?’
‘Ja, wat is daar mis mee?’
‘Niets, maar reden genoeg om tegen milieuvervuiling te protesteren vind ik. Daarenboven is er nog die verkleedpartij. Sommige demonstranten dragen een mondmasker of een cape om niet herkend te worden. Jij gooit het over een heel andere boeg. Ik zou je niet herkend hebben mocht ik je …’
Terwijl ze even naar adem hapt, zie ik het moment schoon om de vraag te stellen die op mijn lippen brandt. ‘Wel, vertel mij dan maar eens hoe je mij zo-even wel hebt herkend.’
‘Als je wat rustiger wordt en mij laat uitspreken, dan zal ik dat graag uit de doeken doen. Kom, we gaan even zitten.’
Er zit niets anders op dan naast haar plaats te nemen.
‘Toen ik naar de bakker fietste zag ik hoe een man in deze tweedehands kledij uit jouw huis kwam. Ik merkte hoe hij moeite deed om zijn tred en zijn armbewegingen op elkaar af te stemmen. Ik vond het een grappig zicht maar besteedde er verder weinig aandacht aan. Dat veranderde toen ik later opnieuw voorbij jouw huis fietste. Hij stopte ter hoogte van jouw deur, maar belde niet aan. Integendeel, toen ik nieuwsgierig achterom keek, zag ik hoe hij een sleutel opdiepte waarmee hij jouw voordeur opende. Een logé veronderstelde ik. Toen ik die man zo-even in de richting van het stadspark zag stappen, bleef ik hem met iets meer aandacht bekijken. Om een of andere reden schoot hij in een lach. Het was warempel de lach van een vrouw. Meer zelfs, ik herkende jouw typerende lach. Ik heb niet voor niets lachyoga bij jou gevolgd. Het was zonneklaar, jij stak onder die vermomming en dat vond ik verdacht. Omdat ik er het fijne van wilde weten heb ik naar jou gewuifd en stelde ik heel wat vragen. Het voorstel van taalondersteuning was als test bedoeld.’
Ik ben sprakeloos maar wijzer. Zij staat aan mijn kant. Ik acht haar onschuldig en doe de rest van mijn verhaal uit de doeken waardoor zij overtuigd is van mijn onschuld.

11.
Voor we van elkaar afscheid nemen zetten we alles op een rijtje: Irène maakt de afspraken met de deelnemers van het inburgeringstraject; ik doe het nodige om de Vrienden van ‘t SchrijfNest warm te maken voor het element ‘taalondersteuning’; ik laat mijn vermomming thuis want ik voel me geruggesteund door Irène; we wijzigen zowel het startuur als de plaats van afspraak in Ryckevelde. Zondagmorgen 10 uur. Voetgangers, fietsers en chauffeurs van beide groepen treffen elkaar op de parking aan het natuurgebied Schobbejakshoogte in de Lorreinendreef. De spanning die ik bij mijn aankomst voelde verdwijnt van zodra Irène verschijnt. Samen staan we sterk. Irène neemt het woord om iedereen te verwelkomen, om het verloop van de voormiddag toe te lichten en om mij en de vrienden van ‘t SchrijfNest voor te stellen aan de nieuwe burgers. Deze laatsten kijken vreemd op wanneer ze ons pen, papier en een harde kaft uit onze tas zien halen. Ik leg hen uit dat wij onderweg zullen noteren wat onze zintuigen waarnemen en dat wij deze notities zullen gebruiken om onze ervaringen poëtisch op papier te verwoorden. Ik stel hen gerust. Zij kunnen hiervoor hun smartphone gebruiken. Ik vertel voorlopig niet dat ze zullen worden uitgenodigd om een van hun schrijfsels op een milieuvriendelijke manier – met wit krijt – aan de natuur toe te vertrouwen. Irène heeft nog een laatste praktische mededeling in petto. Ze nodigt de vrienden van ‘t SchrijfNest uit om elk twee anderstaligen op sleeptouw te nemen en … Nederlands met hen te praten. Het valt mij op dat dit voorstel enthousiast wordt onthaald. Onderweg houden we regelmatig halt om met bewuste aandacht te kijken, te luisteren, te ruiken en te voelen en onze ervaringen vast te leggen, digitaal of op papier.

Na een uur bereiken we het brugje dat naar de groene zitbanken ter hoogte van de vijver leidt. Het is tijd om onze ervaringen in een korte poëtische tekst te gieten. Het elfje is hiervoor de eenvoudigste schrijfvorm: vijf regels tekst, achtereenvolgens een, twee, drie, vier woorden en een woord op de laatste regel. Ik rol een poster uit om dit te verduidelijken en deel mee dat de vrienden van ‘t SchrijfNest bereid zijn om te assisteren waar nodig. 

Irène en ik knipogen naar elkaar, want we zien dat de samenwerking vlot verloopt. De bij elkaar gestoken koppen vormen een vredig tafereel. En op de vijver blaast een licht briesje rimpels op het water die schitteren in de ochtendzon. Plots wakkert de wind aan en doet kruinen ruisen. Meer zelfs, de wind gaat in enkele tellen als een wildeman tekeer. 

‘Krrrrrrrrrrrrraaaaaaaaaaak, boenke, boenke, boenke, boem boem!’ 
Aarde stuift op en vormt een mistgordijn.
Iedereen schrikt en springt op. Wie, wat, hoe, waar? 
Als de mist gaat liggen zien we dat de kruin van een oude beuk dwars over het pad en het brugje ligt waarover wij een kwartier eerder zijn gestapt.

12.
We checken of we niemand missen. Gelukkig, onze groep is voltallig en er zijn ook geen toevallige wandelaars slachtoffer geworden.
Na de eerste schrik komen de tongen los. Nervositeit in alle rangen. De straatpoëzie in het bos maakt geen schijn van kans meer in die omstandigheden.
Op de koop toe komen uit alle richtingen nieuwsgierigen af op het geluid dat zich als een echo in het bos heeft verspreid.
Tot overmaat van ramp herken ik onder hen de ‘bekende’ van de fietsenstalling en zijn gevolg. Zij stevenen recht op mij en Irène af. We zitten in een val en vrezen een harde confrontatie. Niets is echter minder waar. Integendeel. 

‘Oh, wat een opluchting dat niemand van jullie gekwetst is.’
‘Dank u.’ Dat is het minste wat ik kan en wil antwoorden.
Hij gaat verder. ‘We wisten door de aankondiging op uw website dat we u hier konden treffen maar we vonden u niet … tot nu.’
Irène trekt haar stoute schoenen aan. ‘Waarom wilde u ons vinden?’
Ik spits mijn oren.
‘Wel, enige tijd geleden …’
Een vertegenwoordiger van Ryckevelde onderbreekt hem en maant iedereen aan om zich te verwijderen van de onheilsplek. 
‘Achteruit, iedereen achteruit, tot aan het kasteel, daar kan u zich verzamelen.’ 
Ondertussen zijn ook een fotograaf en journalist gearriveerd. De digitale tamtam werkt sneller dan snel.
De ober van dienst nodigt ons uit om op het terras plaats te nemen en deelt mee dat de kasteel uitbater iedereen een drankje aanbiedt om te herstellen van het verschot. 
De ‘bekende’ van fietsenstalling komt naar het tafeltje waar Irène en ik plaatsnamen. ‘Mag ik er bij komen zitten? Dan vertel ik jullie mijn verhaal’.
Ik knik instemmend, Irène met iets meer enthousiasme. Zij wil het mysterie eindelijk opgehelderd zien.

‘Wij houden niet alleen van de natuur, wij respecteren haar ook. Het is in ieders belang dat we zorg dragen voor haar. Daarom ageren wij tegen al wie de haar schade toebrengt en juichen wij alle initiatieven toe die de natuur in een positief daglicht stellen. Uw initiatief – hij richt zich tot mij – om op een milieuvriendelijke manier poëzie achter te laten in Ryckevelde trok mijn aandacht. Ik probeerde u hier onlangs te benaderen maar u verdween als sneeuw voor de zon.’
Hij gaat verder.
‘Ik werd onlangs geïnterviewd door de journalist die je daar ziet.’’
Hij wenkt de man. ‘Johnny, kom je even meeluisteren? Ik heb haar eindelijk te pakken.’
Dan gaat hij verder. ‘Ik hoopte dat u het interview zou lezen en mij contacteren, maar u reageerde toen niet op mijn uitgestoken hand, hopelijk nu wel. Ik ben Robert, aangenaam.’
‘Viviane, aangenaam.’
‘Zie je wel’, reageert Irène terwijl ze mij aanstoot. ‘Geen wonder dat ik jou als een van zijn trawanten aanzag.’
‘En wie bent u?’ vraagt Robert.
Ze reikt hem de hand. ‘Irène, aangenaam.’
‘En wat is uw relatie met de schrijfmaatjes van Viviane?’
Irène ziet de kans schoon om wat promotie te voeren voor de bijzondere vorm van integratie die ze voor vandaag had bedacht.
Ik zie hoe de journalist aantekeningen maakt. Onverwacht vraagt hij of hij ons – Irène en ik – mag interviewen. Hij wil het niet alleen hebben over het ongeluk waaraan wij deze voormiddag zijn ontsnapt, maar vooral over ons gezamenlijke initiatief.
‘Ik ben zeker dat het Vlaanderen kan inspireren’ voegt Robert er fijntjes aan toe.

Viviane Van Pottelberghe
26/7/2025

2 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *